Nacht
Hij staat voor het open raam, zijn blote bovenlijf half naar haar toegedraaid. In die houding vindt ze zijn torso zo mooi als die van een Grieks beeld. Hij lijkt onzeker en vastberaden tegelijk, de twee uitersten van zijn karakter. Ze kijken intens naar elkaar, praten niet. Langzaam trekt ze de schouderstrikken van haar avondjurk los. De stof valt in een zucht naar beneden. Ze is naakt nu. In twee stappen is ze bij hem, pakt hem vast.
“Merel, wacht, wacht even ik moet je wat zeggen”, hij klinkt dringend.
Ochtend
Met Pjotr zijn zoontje van één jaar op zijn schouders loopt hij langs de vloedlijn. Ze gaan limonade kopen bij de duinovergang een kilometer verderop. Zijn blik gaat langs de mensen die ver uit elkaar op het naaktstrand zitten. Alleen, een vriendinnengroepje, stelletjes. Een leuk meisje met kort zwart haar ligt te zoenen met haar vriend. Hij houdt zijn adem in als hij ziet hoe haar hand over zijn buik naar beneden gaat. Met heimwee denkt hij terug aan de tijd, een jaar geleden nog maar, dat Merel en hij hier samen kwamen. Hoe zij elkaar opwarmden, hoe ze het zelfs een keer in zee hebben gedaan, staande tot hun schouders in het water.
Tussen de palen van een golfbreker staan twee leuke jonge vrouwen. Ze zijn bezig een touw te ontwarren en draaien om, onder en over elkaar heen. De donkerblonde met een sensitief gezicht heeft kleine borsten, een strakke buik en lange benen. Een beetje jongensachtig, bijna zoals Merel. Hij schat in dat ze koel kan zijn en moeilijk te verleiden. De donkere die aanstekelijk lacht, heeft ronde, vrouwelijke, zinlijke vormen. Haar billen steken pront naar achter en haar volle borsten hangen een beetje als rijp fruit. Zij zal makkelijker zijn denkt hij en wild en passioneel. Als hij vlak bij hen is lachen ze naar hem. Niet uitdagend als naar een leuke man, het is eerder een vertederend lachen naar een vader en zijn zoontje. Hij zucht.
“Dag mannetje”, zeggen ze en pakken Pjotrs uitgestoken vuistjes. “Wat een schatje”, zegt de donkere maar hij concentreert zich op de donkerblonde en denkt aan Merel.
Ochtend
Ze moeten gekomen zijn terwijl ze sliep want het strand voor haar was net nog leeg. Het zijn Brazilianen, ze verstaat het half. De oude man in een lichtblauw trainingspak, de twee jongens begin twintig in alleen boxershorts. De oude zet hun ghettoblaster aan.
“Atencao”, roept hij met schelle stem en zakt op zijn hurken, zijn armen gespreid.
De twee jongens dansen om hem heen, zoeken zijn zwakke plekken met plotselinge uithalen van hun armen. Ze doen Capoeira, een Braziliaanse vechtdans. Soms een kick met een gestrekt been. Maar de oude is hen de baas. Hij weert af, pareert, kickt zelf. Soms gaat het fout en krijgt een van de jongens een harde tik tegen de borst of kaak. Maar ze janken niet, verbijten de pijn en zetten hun vechtdans voort.
Merel kijkt naar hun gespierde en soepele lijven. Er straalt zoveel kracht en elegantie vanaf. Het zweet stroomt over hun gezicht en borst. Ze moedigt ze binnensmonds aan en lijdt met hen mee bij een voltreffer. Opeens is ze zich bewust van een enorme aantrekking. Ze zou mee willen dansen met die katachtige jongens, hun lijven willen voelen, een voor een, hier en nu.
Hoe lang heeft ze dit intense verlangen naar een mannenlijf niet gevoeld? Ze weet het antwoord precies: sinds de geboorte van Pjotr. Eén week voor de bevalling heeft ze Mark nog bereden als een gutsende amazone, haar buik op springen, haar volle borsten boven hem. Maar na de geboorte is die lust verdwenen. Ze heeft zichzelf en hem getroost met de zekerheid dat het wel weer terug zou komen. Natuurlijk: ze heeft hem vertroeteld, gemasseerd, bevredigd. Maar niet als een minnares, eerder als een moeder die een dorstig kind te drinken geeft. En nu opeens is het verlangen als bij toverslag terug.
Na het vechten doen de jongens hun boxers uit en gaan onder de stranddouche, niet raar want het is een naaktstrand hier. Ze ziet hoe ze zich wassen, de grootste die besneden is, wast zijn geslacht bijna teder. Opeens heeft ze het verlangen haar lijf ook te laten zien. Háár lijf dat na een jaar weer in vorm is: een strakke buik, stevige borsten, een gladde venusheuvel. Dus stapt ze ook onder de stranddouche en weet dat de jongens naar haar kijken. Ze verlangt naar Mark.
Middag
In totale verwarring zit hij aan zijn bureau. Hij probeert het gesprek van een half uur geleden met John ‘de grote baas’ in zijn geheugen terug te spoelen.
“Ah Mark, come in good news! We hebben een enorm project geland: een compleet mobiel telefoonnet opzetten in the Middle East”.
Zoals altijd was hij wat op zijn hoede want John is op zich geen slechte baas maar hij is ook een harde ondernemer die grote risico’s neemt.
“Welk land?”
“Noord Irak.”
“Zo.., is het veilig daar dan?”
“In principe wel, we gaan werken vanuit bewaakte compounds. Maar het belangrijkste nieuws: we willen jou als projectleider ter plaatse. Het is een enorme kans Mark voor the Company en voor jou. Als we het goed doen gaan we cashen, jij ook.”
Zijn eerste reactie, eerlijk is eerlijk, was ’ja’ zeggen. In dit bedrijf maak je het snelst carrière als projectleider en dan vooral in een exotisch land. Maar dit is Noord Irak en projectleider betekent een half jaar van huis.
“Kan ik er even over nadenken?”
“Het verbaast me dat je aarzelt maar ik kan je wel een paar dagen geven. Misschien helpt het dat je hierbij ook bent uitgenodigd voor de Top 50 aanstaande zaterdag?”
Die uitnodiging heeft hem tenminste zo verward als Irak zelf. Probeert John hem te paaien? De Top 50 is een jaarlijks avondfeest voor de top vijftig van the Company en de top vijftig klanten. Als je daar bent uitgenodigd ben je ‘one the boys’. Maar een half jaar naar Irak moeten is wel erg lang, hij gaat Merel verschrikkelijk missen. Zeker nu ze weer zo spetterend en emotioneel vrijen. Hij ziet haar opgewonden gezicht van gisteravond weer voor zich, voelt haar hete lijf over het zijne schuiven. Ze hebben in elkaars armen geslapen. Vanochtend heeft ze hem gedag gekust. Moet hij Irak nu doen of niet ..? Hij vloekt hartgrondig.
Middag
Ze huilt niet meer, de muziek heeft haar rustiger gemaakt. De woorden van het liedje hebben haar getroost: ‘Ik moet nog zoveel leren’. Liggend op de bank kijkt ze naar Pjotr die nog slaapt. Gisteravond heeft Mark het verteld:
“Ik ben gevraagd voor een enorm project.”
“Leuk, waar?”
“Noord Irak.”
“Noord Irak??”
Ze is op de bank gezakt, alle alarmbellen gaan af. Haar verdedigingsmechanisme, als kind al, direct in werking. De ramen rond haar hart hebben zich gesloten als een glazen kooi zodat ze niet in paniek kan raken, niet gekwetst kan worden. Bijna zonder emotie heeft ze gevraagd:
“Hoe lang?”
“Een half jaar denk ik.”
“Maar er is toch een burgeroorlog daar?”
“We zitten in een compound zo gevaarlijk is het niet.”
“Maar er zijn Muhadjeen en landmijnen”, al die verschrikkingen komen langs in haar fantasie.”
“Het is een enorme kans Merel.”
“Een kans, een kans? Het is levensgevaarlijk!”
Ze had moeten schreeuwen, ruzie moeten maken, moeten vechten. Maar de glazen kooi heeft het haar belet en nu ligt ze hierop de bank. Pjotr kraait naar haar en ze neemt hem in haar armen. Het volgende nummer van de CD raakt haar hart. Met de muziek keihard danst ze met Pjotr door de kamer. Hij schreeuwt het uit van plezier, zij schreeuwt terug. Door dat schreeuwen met haar kind tegen haar borst is ze de verlamming opeens de baas. Er stroomt een nieuwe kracht, een enorme vechtlust door haar heen. Ze gaat haar lief niet verliezen. Haar zoon gaat niet zonder vader opgroeien. Zij gaan niet achterblijven als slachtoffer van een krankzinnig project waarin Mark zich wil laten meeslepen. Ze gaat hem met hart, ziel en lijf laten voelen dat ze van elkaar zijn, elkaar niet kwijt mogen raken. Ze gaat hem alle hoeken van de kamer laten zien. Ze gaat dit winnen! En ze gaat ook mee naar die achterlijke Top 50 van ‘the Company’! Ze voelt een kille woede als ze aan die John en het hele zootje denkt: veilig in hun kantoren in Londen en Amsterdam terwijl anderen het gevaarlijke werk doen.
Wordt vervolgd…